Nederlandse vlag  Flag of the United Kingdom  vlag thailand

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Het boeddhisme is een levensbeschouwelijke en religieuze stroming die volgens de overlevering werd gesticht door de Indiaase prins Gautama Boeddha ( zesde eeuw voor Christus). Boeddhisten geloven dat men bevrijd kan worden uit de cirkel van wedergeboortes door het volgen van de door de Boeddha onderwezen "middenweg". De belangrijkste aspecten van deze middenweg zijn het uitbannen van alle materiële verlangens, ethisch gedrag, en het ontwikkelen van de geest. Boeddhisme is in Thailand veruit de belangrijkste religieuze stroming en in elke gemeente in Thailand zijn er vaak meerdere en soms erg mooie tempels.

koptempels 

Onderstaand een deel van de informatie over boeddhisme die te vinden is op Wikkipedia

De drie karakteristieken (Pali: tilakkhana) zijn een boeddhistische beschrijving van de wijze waarop dingen en objecten in de wereld aanwezig zijn. Volgens de lering van de drie karakteristieken zijn alle geconditioneerde dingen inconstant (Pali: anicca) en onderhevig aan stress (dukkha). Dit leidt tot de conclusie dat alle dingen daarom ook niet-zelf of zelfloos (anatta) zijn.

Anicca, dukkha, anatta
In veel suttas (toespraken van de Boeddha) worden de drie karakteristieken op de volgende manier gepresenteerd:

1. Alle geconditioneerde dingen zijn anicca (Pali): impermanent, inconstant, veranderlijk van aard.
2. Alle geconditioneerde dingen zijn daarom ook dukkha: pijnlijk, brengers van ongemak en oncomfortabel. Dukkha verwijst ook naar de inherente stress die veranderlijke dingen beleven.
3. Omdat ze inconstant en veranderlijk zijn en ongemak brengen, is het niet passend om ze als iemands bezit of als 'zelf' te beschouwen. Ze zijn anatta: niet-zelf of zonder zelf, zonder eigenaar, bezitter.

De Boeddha gebruikte ook vaak de redenering dat als dingen echt jezelf of 'van jezelf' zijn, je er perfecte controle over uit moet kunnen oefenen. Niets moet ze overkomen waarvan jij niet wilt dat het ze overkomt. Echter, omdat geconditioneerde dingen veranderlijk (anicca) zijn, en veranderen conform hun condities of relevante oorzaken en niet slechts volgens iemands wil of intentie, staan geconditioneerde dingen niet onder jouw ultieme controle. Ze veranderen conform hun condities en oorzaken en ervaren daardoor interne stress en kunnen ongemak en lijden (dukkha) in de mens veroorzaken.

Dukkha betekent overigens niet dat dingen geen comfort kunnen brengen. Het verwijst meer naar het ongemak en de mentale stress die veroorzaakt wordt doordat dingen en condities hun eigen weg gaan en niet noodzakelijkerwijs altijd onze wil en intenties 'gehoorzamen'. Onze verlangens blijven dan onbevredigd en dát is de werkelijke dukkha.

Het geconditioneerde en het ongeconditioneerde
Anicca en dukkha hebben betrekking op alle geconditioneerde dingen. Anatta echter heeft betrekking op alle dingen: zowel de geconditioneerde dingen als het ongeconditioneerde of het doodloze. Het ongeconditioneerde is dat wat buiten het geconditioneerde staat en waardoor het Nirvana behaald kan worden. Dit ongeconditioneerde is, net als de geconditioneerde dingen, anatta of niet-zelf. Het verschilt van de geconditioneerde dingen in dat het nicca (permanent of constant) is. Het ervaart geen interne stress en brengt een einde aan het lijden.

Plaats binnen de leer
De lering van de drie karakteristieken is een fundamenteel concept van het boeddhisme. Een diepgaand inzicht hierin leidt tot het bereiken van Verlichting. Ook voor de beginner echter is een goed begrip en een goede toepassing van de lering van de drie karakteristieken een belangrijk en essentieel aspect van de boeddhistische praktijk.

De Anatta Lakkhana Sutta is de tweede lering die de boeddha gaf na zijn verlichting. In deze toespraak gaf hij een gedetailleerde uitleg van de drie karakteristieken en tijdens het luisteren naar deze toespraak bereikten de eerste vijf discipelen van de Boeddha het Nirvana en werden zo Arahants.

Relatie met andere concepten
De lering over de drie karakteristieken staat niet op zich. Voor een helder begrip van deze lering is ook een goed begrip van de lering over de vijf khandhas en de Vier Nobele Waarheden essentieel.
Last Updated on Tuesday, 30 June 2009 14:44

Nirwana
Nirwana (Sanskriet) of Nibbana (pali) is een belangrijk begrip in het boeddhisme en verwijst naar de hoogste staat die door de mens bereikt kan worden, en waardoor heiligheid behaald wordt. Het betekent letterlijk: uitgeblust, uitgedoofd, uitgegaan, niet meer branden. Het uitgedoofd zijn verwijst naar het einde van begeerte, aversie en verwarring, wat het hoofddoel van het boeddhisme is. Naast het boeddhisme kennen andere Indiase spirituele tradities ook een nirwana, vaak met een andere betekenis.

Nibbana in het Theravada
In het Theravada verwijst het woord Nibbana naar de verlichting die de Boeddha zelf bereikt had, en die hij zijn studenten onderwees. Iemand die het Nibbana behaald heeft, is iemand waarin de mentale oorzaken van het lijden (verlangens en aversie) niet meer kunnen ontstaan, omdat aan de oorzaak ervan (onwetendheid en verwarring) voor altijd een einde is gemaakt.

Het 'uitdoven' of 'uitgaan' van verlangens, haat, onwetendheid en verwarring is volgens de leer van de Boeddha een logisch resultaat van de ontwikkeling van het Achtvoudig Pad tot aan het hoogste niveau. Verder kan gezegd worden dat iemand die het Nibbana behaald heeft, de Vier Nobele Waarheden in al haar aspecten compleet begrijpt en deze ook volledig toegepast heeft.

Nibbana en verlichting
'Uitgeblust zijn' is in het Theravada een van de van de kenmerken van ontwaking of verlichting (pali: bodhi). Iemand die werkelijk verlicht is, weet wat het nibbana is en ervaart het ook.

Nibbana is in de leer van het Theravada boeddhisme de volledige bevrijding uit het samsara, het steeds maar weer ervaren van lijden en geboorte, ziekte en dood. Het verschill tussen een leven in samsara en een leven in Nibbana is dat iemand in samsara afwisselend verlangen, haat en verwarring meemaakt. Dit zorgt ervoor dat een leven in samsara pijnlijk en vol lijden is. In het Nibbana is daar geen sprake van en ervaart men vrijheid van lijden: werkelijke gelukkigheid. Het leven van iemand die leeft in het Nibbana wordt gekenmerkt door compassie, vriendelijkheid, wijsheid, gelijkmoedigheid, onthechtheid en gelukkigheid.

Iemand die het Nibbana behaald heeft, wordt een boeddha genoemd als hij haar op eigen kracht, zonder leraar, behaald heeft. Een Sotapanna (de laagste graad van heiligheid) heeft de Dhamma gezien en heeft een voorproefje van het Nibbana gehad. De sotapanna is op weg naar het Nibbana, maar heeft haar nog niet bereikt. De Arahant (iemand die de hoogste graad van heiligheid bezit) heeft het Nibbana (en verlichting) bereikt als discipel van een boeddha.

Iemand die het Nibbana (of verlichting) bereikt heeft, ervaart in dit leven nog steeds de natuurlijke gevolgen van een geboorte als mens: ziekte, ouderdom en dood. Echter, hij blijft er gelijkmoedig onder, en de lichamelijke pijn veroorzaakt geen geestelijke of mentale pijn. Bij het overlijden ervaart iemand die het Nibbana behaald heeft het parinibbana. Hij wordt niet weder geboren.

Nibbana in de praktijk
Een boeddhistisch begrip wat nauw verwant is aan het Nibbana is anatta (pali) of niet-zelf. Indien het concept van niet-zelf niet correct begrepen wordt, kan ook het nibbana niet correct bevat worden.

Het lijden bestaat, maar niemand ondergaat het.
De daad is, maar een doener is er niet.
Nibbana bestaat, maar niet degene die het binnengaat.
Het pad is, maar geen reiziger begaat het.
—Visuddhamagga, XVI

Nibbana is volgens het boeddhisme een praktisch iets wat zelf ervaren kan worden. Ajahn Chah gebruikte de gelijkenis van de smaak van een appel, die je op verschillende manieren kunt beschrijven en waarover je verschillende theorieën kunt ontwikkelen. Maar pas wanneer je de appel zelf proeft, weet je echt wat de smaak van een appel is, en weet je dat de verschillende beschrijvingen misschien wel waar zijn, maar niet tot de essentie van 'de smaak van een appel' behoren.

Nirwana in het Mahayana
De later ontstane Mahayana stroming van het boeddhisme vond dat het nirwana-idee van het Theravada en de overige vroege boeddhistische scholen te beperkt was. Het Mahayana paste bepaalde boeddhistische spirituele idealen daarom aan, waarbij zij uit bleef gaan van de basisbeginselen van het boeddhisme. Deze nieuwe idealen werden vervolgens uitgewerkt in zowel praktische, logische als metafysische aspecten. Als gevolg hiervan week het nirwana-idee van het Theravada uit naar de achtergrond en kwam daarvoor in de plaats het Bodhi-ideaal van het Mahayana.

Bodhi (Sanskriet; verlichting) is het doel wat Mahayana boeddhisten nastreven. Met verlichting wordt hier meer specifiek de verlichting van een Boeddha bedoeld, en niet die van een Arahant. De tegenpool van verlichting is onwetendheid en verwarring.

Volgens de aanhangers van het Mahayana is nirwana niet de hoogste staat die bereikt kan worden, maar slechts een tussenstation op de weg naar ultieme verlichting (bodhi) van een Boeddha. Mahayana boeddhisten spreken ook wel over 'lager nirwana' wanneer ze het nirwana van het Theravada bedoelen en over het 'hoger nirwana' wanneer ze de verlichting van een boeddha bedoelen.
Last Updated on Tuesday, 30 June 2009 13:25

Middenweg
De Middenweg (Nederlands voor de Pali term majjhima patipada) is in het boeddhisme de weg die leidt tot verlichting, en die de extremen van lust en (zelf)aversie vermijdt. Een belangrijk aspect van de Middenweg is het op de juiste manier aandacht geven aan hetgeen zich in het heden manifesteert.

De Middenweg is de weg of praktijk waarvan de Boeddha zei dat hij hem tot het einde gevolgd had, en die hem tot aan het einde aan het lijden gebracht had. De lering over de Middenweg is een belangrijk onderdeel van de Dhammacakkapavattanasutta: de eerste lering die de Boeddha gaf, in de plaats Sarnath in India.

De Extremen
De Boeddha zei dat een monnik (of bhikkhu) de twee extremen zou moeten vermijden. Deze twee extremen zijn de tegenpolen van de Middenweg, waarin het gemakkelijk is te vervallen.

Deze twee extremen zijn als volgt:
1. Kamasukhalikanuyoga (Pali); het nastreven van sensueel geluk in sensueel plezier.

De Boeddha omschreef dit als laag, vulgair, minderwaardig, onedel en onvoordelig. Kamasukhalikanuyoga is de weg van 'wereldse' personen; personen voor wie hun spirituele ontwikkeling relatief onbelangrijk is.

2. Attakilamatanuyoga (Pali); het nastreven van zelfkwelling, zelfkastijding of zelfpijniging.

De Boeddha omschreef dit als pijnlijk, onedel en onvoordelig. Attakilamatanuyoga is een weg die soms door religieuze groeperingen voorgeschreven wordt, als een manier om de geest te purificeren of verlichting te behalen. Volgens het boeddhisme leidt Attakilamatanuyoga echter niet tot de hoogste purificatie of verlichting, en bevat het elementen die juist nadelig zijn voor spirituele groei.

Het leven van de Boeddha voordat hij monnik werd (toen zijn naam Siddhartha Gautama was) stond voornamelijk in het teken van Kamasukhalikanuyoga. Toen hij monnik werd wijdde hij zijn leven gedurende 6 jaar aan Attakilamatanuyoga. Na deze zes jaar kwam hij tot de conclusie dat Attakilamatanuyoga niet leidt tot de spirituele ontwikkeling waar hij naar op zoek was. Kort hierna ontdekte de Siddhartja Hautama de Middenweg, die hem tot volledige verlichting leidde en hem een Boeddha maakte.

De Middenweg
De Middenweg vermijdt deze twee extremen van Kamasukhalikanuyoga en Attakilamatanuyoga, en leidt tot visie, kennis, vrede, inzicht, verlichting en Nirvana.

Achtvoudig Pad
De Middenweg bestaat essentieel uit het Achtvoudig Pad, welke bestaat uit de volgende drie hoofdcategoriëen:

1. moreel of ethisch gedrag (Pali: sila)
2. meditatie (Pali: samadhi)
3. wijsheid (Pali: pañña)

Vier Edele Waarheden
Ook de Vier Edele Waarheden spelen een grote rol in de middenweg. Boeddha onderwees dat elke van de Vier Edele Waarheden drie fasen heeft: studie, praktijk en resultaat. In totaal geeft dit 12 aspecten van de Middenweg wanneer deze in termen van de Vier Edele Waarheden geanalyseerd wordt. De Boeddha zei dat toen zijn inzicht in deze 12 aspecten van de Vier Edele Waarheden geperfectioneerd was, zijn verlichting perfect en compleet was.

Het Achtvoudige Pad
Het Edele achtvoudige pad is het Boeddhistische pad naar verlichting, zoals voor het eerst geformuleerd door Shakyamuni Boeddha, in de maand juli van het jaar 589 jaar voor Christus, in het Hertenpark van Sarnath (bij Varanasi). Het Edele Achtvoudige Pad is, naast een op zichzelf staande lering, ook de Vierde Waarheid van de Vier Nobele Waarheden.

Het Achtvoudige Pad staat centraal in de leer van de Boeddha als de beschrijving van de feitelijke praktijk. De acht onderdelen van het pad kunnen samengegroepeerd worden in de drie aspecten van Sila (moreel gedrag), Samadhi (concentratie) en Pañña (wijsheid).

De acht stappen van het pad worden niet de een na de ander genomen. Ontwikkeling vindt plaats op het pad als geheel. Verschillende onderdelen kunnen tijdelijk een voorname plaats hebben in iemands praktijk, maar belangrijkste is het Pad als geheel, niet de onderdelen van het pad. De acht stappen van het pad versterken en ondersteunen elkaar; moreel gedrag leidt tot wijsheid en concentratie, wijsheid leidt tot concentratie en moreel gedrag, en concentratie leidt tot moreel gedrag en wijsheid. Wanneer het pad als geheel zeer sterk ontwikkeld is, is het mogelijk verlichting te behalen.

Boeddha formuleerde of beschreef het Achtvoudig Pad als volgt:
Dit, monniken, is de Edele Waarheid van het Pad dat leidt naar de Opheffing van Lijden: Het is eenvoudigweg het Edele Achtvoudige Pad, namelijk:

1 juist begrip (pali: samma ditthi)

1. Begrijpen wat lijden is (dukkhe ñana).
2. De oorzaak van lijden begrijpen (dukkhasamudaye ñana).
3. De opheffing van lijden begrijpen (dukkhanirodhe ñana).
4. Het pad begrijpen dat leidt naar de opheffing van lijden (dukkhanirodhagamini patipadaya ñana).

2 juiste gedachten / juiste intenties (pali: samma sankappa)

1. Gedachten van het verzaken van zelfzucht (nekkhamma sankappa).
2. Gedachten van welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid (avyapada sankappa).
3. Gedachten van geweldloosheid, harmonie of mededogen (avihimsa sankappa).

(Deze eerste twee waarheden vormen samen de groep van wijsheid. Pali: paññakkhandha)

3 juist spreken (pali: samma vaca).

1. Onthouding van het vertellen van leugens (musavada veramani).
2. Onthouding van het spreken van lasterende taal (pisunaya vacaya veramani).
3. Onthouding van het spreken van harde woorden (pharusaya vacaya veramani).
4. Onthouding van onzinnig gepraat (samphappalapa veramani).

4 juist handelen (pali: samma kammanta)

1. Onthouding van doden (panatipata veramani).
2. Onthouding van nemen wat niet gegeven is (adinnadana veramani).
3. Onthouding van seksueel wangedrag (kamesu micchacara veramani)

5 juiste wijze van levensonderhoud (pali: samma ajiva)

1. Geen handel in wapens.
2. Geen handel in slaven en prostitutie.
3. Geen handel in levende wezens voor vleesproductie en slachterij of iedere andere handel in wezens.
4. Geen handel in vergif.
5. Geen handel in bedwelmende middelen.

(De waarheden drie, vier en vijf vormen samen de groep van moraliteit. Pali: Silakkhandha)

6 juiste inspanning (pali: samma vayama)

1. Slechte gedachten en heilloze (akusala) zaken die nog niet opgekomen zijn vermijden (samvara padhana).
2. Het overwinnen van slechte gedachten en heilloze zaken die reeds opgekomen zijn (pahana padhana).
3. Het opwekken en ontwikkelen van heilzame (kusala) zaken en goede gedachten die nog niet opgekomen zijn (bhavana padhana).
4. Het tot groei brengen van heilzame zaken en goede gedachten die reeds opgekomen zijn (anurakkana padhana).

7 juiste indachtigheid (pali: samma sati)

1. Indachtigheid van het lichaam (kaya nupassana).
2. Indachtigheid van gevoelens (vedana nupassana).
3. Indachtigheid van de geest (citta nupassana).
4. Indachtigheid van mentale objecten (dhamma nupassana) namelijk:

* De vijf hindernissen (pañca nivarana).
* De vijf aggregaten van hechten (pañca upadana kkhandha).
* De zes innerlijke en zes uiterlijke zintuigsferen (salayatana).
* De zeven factoren van verlichting (bojjhanga).
* De vier edele waarheden (cattari ariya sacca).

8 juiste concentratie (pali: samma samadhi)

1e Meditatieve verdieping (pathamajjhana).
2e Meditatieve verdieping (dutiyajjhana).
3e Meditatieve verdieping (tatiyajjhana).
4e Meditatieve verdieping (catutthajjhana).
Last Updated on Tuesday, 30 June 2009 13:30

Vier nobele waarheden
De lering over de Vier Nobele Waarheden (ook wel de Vier Edele Waarheden genoemd) is de eerste lering die Gautama Boeddha gaf en vormt de basis van alle boeddhistische leringen, zowel van het Theravada boeddhisme als het Mahayana boeddhisme.

Het lijden (Pali: Dukkha)
'Dit, monniken, is de Edele Waarheid van het Lijden: geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, de dood is lijden, verdriet en weeklagen, pijn, smart en wanhoop zijn lijden; omgaan met hetgeen waarvan je een afschuw hebt is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden, niet krijgen wat men wil hebben is lijden – kortom, de vijf groepen (die object zijn) van hechten, zijn lijden.'

Deze waarheid geeft aan dat alle mensen te maken hebben met lijden, variërend van fysieke tot mentale pijn. Zelfs als wij momenten van genot of plezier ervaren zit daar lijden in verscholen, omdat deze momenten tijdelijk zijn en na verloop van tijd zullen omslaan in pijn of onplezierige ervaringen. Vroeg of laat zullen we afscheid moeten nemen van datgene waar we aan gehecht zijn, en dit is eveneens lijden.

De oorzaak van het lijden (Pali: Samudaya)
'Dit monniken, is de Edele Waarheid van de Oorzaak van Lijden: verlangen en hartstocht. Dit verlangen dat wedergeboorte veroorzaakt en gepaard gaat met genietingen en wellust, en bevrediging zoekt in dingen, dan weer hier, dan weer daar, namelijk: verlangen naar zintuiglijke geneugten, verlangen naar bestaan, en verlangen naar niet-bestaan.'

De oorzaak voor het lijden is het hebben van verlangens. Deze verlangens zijn op te delen in drie typen:

* Zintuiglijk verlangen (Pali: kama tanha): Dit verlangen bestaat uit het verlangen naar sensueel genot. Het betreft hier een mentaal verlangen naar de plezierige gevoelens die ontstaan als gevolg van zintuiglijk contact, zoals bijvoorbeeld wanneer een lekker drankje contact maakt met de tong, of wanneer men zichzelf bewust wordt van het horen van een plezant geluid.

* Verlangen naar bestaan. (Pali: bhava tanha): Dit verlangen houdt het willen blijven bestaan in de huidige vorm, of het verlangen naar een bestaan in een alternatieve vorm, in alternatieve omstandigheden of met alternatieve karaktereigenschappen. Bijvoorbeeld: "Ik wilde dat ik ... was."

* Verlangen naar niet-bestaan (Pali: vibhava tanha): Dit verlangen heeft betrekking op het niet willen blijven bestaan in de huidige vorm of omstandigheden, of het niet willen bestaan in een alternatieve vorm of omstandigheden. Ook het willen sterven valt hieronder. Bijvoorbeeld: "Ik wilde dat ik nooit ... zou hoeven te zijn"

Al het menselijk lijden ontstaat als gevolg van deze drie vormen van begeerte. Deze vormen van begeerte ontstaan op hun beurt door het aanwezig zijn van onwetendheid: het niet begrijpen van de drie karakteristieken en het daardoor ontstaan van de perceptie van een 'zelf'. Onze verlangens om de realiteit te veranderen zijn op dit gepercipieerde zelf gebaseerd. Indien dit gevoel van "ik ben" er niet zou zijn, zou er geen verlangen en dus ook geen lijden zijn.

De opheffing van het lijden (Pali: Nirodha)
'Dit, monniken, is de Edele Waarheid van de Opheffing van Lijden: Het is het gaandeweg verdwijnen en uiteindelijk ophouden van voornoemd verlangen. Het opgeven, het laten varen, het loslaten en de verwerping van dat verlangen zonder dat er een spoor van overblijft.'

Deze waarheid vertelt dat ieder mens genoeg in zich heeft om het lijden op te heffen. Verlossing van het lijden wordt ook wel verlichting, ontwaking of Nirvana genoemd. Om deze toestand te bereiken zouden we moeten beseffen dat het werkelijk geluk niet voortkomt uit het enkele nastreven en bereiken van onze verlangens, maar juist volgt als we openstaan voor de realiteit, door te zien wat er met en in ons gebeurt, en deze realiteit te accepteren zoals ze is.

Het pad naar de opheffing van het lijden (Pali: Magga)
'Dit, monniken, is de Edele Waarheid van de Weg die leidt naar de Opheffing van Lijden: Het is simpelweg het Edele Achtvoudige Pad, namelijk: juist inzicht, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juiste wijze van levensonderhoud, juiste inzet, juist aandachtig zijn, juiste concentratie.'

Het Achtvoudige Pad is een omschrijving van de weg die leidt tot opheffing van het lijden:

1. Het juiste inzicht
2. De juiste intentie
3. De juiste spraak
4. Het juiste handelen
5. De juiste wijze van levensonderhoud
6. De juiste inzet
7. De juiste aandacht
8. De juiste concentratie

Moderne presentatie
Sommige boeddhistische leraren (zoals bijvoorbeeld de boeddhistische monnik Ajahn Brahmavamso) draaien tegenwoordig de klassieke leer van de Vier Nobele Waarheden enigszins om, en centreren deze vervolgens rond het geluk in plaats van rond het lijden. Zij doen dit omdat ze vinden dat deze manier van presenteren van de Vier Nobele Waarhedenwesterlingen meer aanpreekt, en westerlingen zo ook de leer sneller correct kunnen begrijpen en in de praktijk brengen.

De 'geherformuleerde Vier Nobele Waarheden' luiden als volgt:
1. Er is geluk
2. Men ervaart dit geluk wanneer men het Achtvoudig Pad bewandelt
3. Soms is er geen geluk
4. De oorzaak van het afwezig zijn van geluk is verlangen en begeerte

 

boeddhisme

geschiedenis

medische-zorg

normen

scholen

sporten

steden

toerisme

topografie

uitgaan

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren